Verhalen over Elst
Het lot van Berend
Elst, september 1438
Zo liefdevol als hij van nature was, zo onwaarschijnlijk was het wat hij gedaan had.
Onbedoeld had hij zijn eigen lot bezegeld. Hij had altijd bekend gestaan om zijn
zachte aard en zijn medemenselijkheid. Maar nu voelde hij alleen maar diepe
schaamte, vooral tegenover zijn familie. Maar hoe erg zijn daad ook was, zijn liefde
voor Margarete zou hij altijd met zich meedragen.
Elst, mei 1438
Berend, was 25 jaar en zoon van een van de weinige vrije boeren in Elst. Zijn vader
boerde al jaren in het gunstige landschap van de Betuwe. Door een sluitende
bedijking langs de Waal was de vruchtbare rivierkleigrond heel geschikt gebleken
voor zowel landbouw als veeteelt. Zijn vader had er een redelijk bloeiend
boerenbedrijf opgebouwd. Ondanks het risico op overstromingen in het gebied, ging
het hem goed. Berend en zijn broer Hendrik hadden de laatste jaren een steeds
grotere rol gekregen op de boerderij. Hun vaders gezondheid ging zienderogen
achteruit. Zijn sterke jonge zonen waren onmisbaar geworden. Ze werkten hard en
harmonieus met elkaar, zoals dat in hun familie gebruikelijk was. Het enige wat
Berend nog ontbrak was een lieve vrouw. Hij was nooit echt op zoek geweest naar
een geliefde aan zijn zijde. Tot nu toe had hij ook nog nooit iemand van zijn stand
ontmoet die hem echt raakte. Berend was een gevoelige man. Trouwen met een
vrouw die enkel een welkome werkmeid zou zijn voor de boerderij en hem kinderen
zou schenken was voor hem geen optie. De enige vrouw die hij liefhad was voor hem
onbereikbaar. Margarete, de dochter van Gerrit Schoenswaen had zijn hart sneller
doen kloppen. Hij was haar op een dag onverwacht tegengekomen toen hij hun
landgoed De Parck doorkruiste. Hij zag haar terwijl ze danste in het bosje bij hun
hofstede. Hij was onder de indruk van haar zwierige verschijning en het prachtige
blonde haar dat meedanste om haar hoofd. Haar ranke lichaam dat gehuld was in
een prachtige fluwelen jurk bracht hem van zijn stuk. Margarete zag hem
aanvankelijk niet staan, maar toen ze hem in haar vizier kreeg kleurden haar wangen
rood. Had hij haar gezien terwijl ze danste? Vlug was ze naar het huis gerend. Vanaf
dat moment was Berend smoorverliefd. Deze prachtige speelse vrouw had op slag
zijn hart gestolen. Met een mengeling van geluk en verdriet zette Berend zijn weg
voort. Deze bijzondere vrouw zou voor altijd onbereikbaar voor hem zijn. Op dat
moment wist hij nog niet dat hij haar redder in nood zou zijn.
Elst, juni 1438
Het was een warme zomerse zondag. Berend maakte een wandeling langs de Linge.
Hij was moe maar voldaan nadat ze een paar dagen gehooid hadden. Het gras was
dankzij het warme en droge weer voldoende gegroeid. Uit ervaring wist hij dat het de
meest geschikte hooitijd was. Was je te laat, dan was het risico groot dat het gras
plat viel en zou het verstikken. Vandaag kon hij zijn welverdiende rust nemen. Hij
wilde het zelf misschien niet toegeven, maar hij liep hier niet voor niets. Berend
droomde er van om tijdens zijn wandeling richting De Parck de mooie Margarete te
zien. Terwijl hij in die gedachten verzonken was, hoorde hij een gil in de verte. Wat er
aan de hand was besefte hij pas nadat er nog een gil klonk die overging in
gejammer. “Nee, nee, niet doen! Blijf van me af! Help!”, hoorde hij een vrouwenstem
roepen. Meteen zette Berend het op een rennen en liep op het tumult af. In de verte
zag hij een man die in gevecht leek met een jonge vrouw. Het was Margarete! De
grote vieze handen van de man staken af tegen de ranke witte huid van de jonge
vrouw. Hij betastte haar over haar hele lichaam en probeerde haar tegen grond te
drukken. Hij leek wankel op zijn benen te staan. Dronken, dacht Berend. Berend
sprong op de man af en zette zijn knie in zijn rug waardoor de dronkaard op de grond
viel. Daarna richtte zich tot Margarete en vroeg of ze in orde was. Huilend knikte ze,
draaide zich om en rende richting de hofstede. Omdat Berend met zijn rug naar de
man had gestaan, zag hij niet dat deze weer opgestaan was en hem met zijn
bierkruik op zijn achterhoofd probeerde te raken. Nog net op tijd wendde Berend de
man af. Een woede kwam over zijn hele lichaam. Hoe had deze dronkaard het in zijn
hoofd gehaald om de mooie Margarete zo te belagen! Zonder er bij na te denken trok
Berend zijn mes en liep op de man af. Hij ging zo snel dat hij over zijn eigen voeten
struikelde. Met een grote klap viel hij boven op de dronken man. Vervolgens hoorde
hij een grommend geluid onder zich vandaan komen. Berend stond op en zag met
afschuw wat er gebeurd was. Het mes van Berend stak recht in de buik van de man.
Een bloedvlek in het zand werd steeds groter. De man bloedde voor zijn ogen dood.
Elst, oktober 1438
Het Gelders ambt had er niet lang over gedaan om Berend terecht te stellen voor de
daad die hij begaan had. Voor het plegen van moord kreeg hij een van de zwaarste
straffen die in die tijd opgelegd kon worden: verbanning. Het stond zo goed als gelijk
aan doodstraf en betekende dat hij zijn huis en haard voorgoed moest verlaten. Zijn
onthutste ouders en zijn broer moest hij noodgedwongen achterlaten. Vanaf dat
moment was hij volledig overgeleverd aan zichzelf. Hij zou moeten proberen
manieren te vinden om te overleven. Goedschiks of kwaadschiks. Zijn familie en de
boerderij zou hij nooit meer zien. Wat tot op de dag van vandaag nog herinnert aan
Berend, is het moordkruis langs de Linge aan de huidige Hollanderbroekstraat in
Elst. De ouders van Berend werden gesommeerd om het kruis te plaatsen als
boetedoening voor het leven dat hun zoon zo bruut genomen had.
Carine Poels, februari 2026/ opdracht schrijfkring: verhaal over Elst
Moordkruis aan de Linge bij Elst.
Moordkruis, ook wel boetekruis, doodslagkruis, memoriekruis
of zoenkruis genoemd, aan de Linge bij Elst. Het is een
monument voor het (de) slachtoffer(s) van een gewelddaad
zoals moord en doodslag en is geplaatst door de dader of
diens familie als blijvend aandenken en als blijk van respect
van de dader voor het (de) slachtoffer(s). (bron: Collectie
Gelderland
De oudste vermelding over De Parck dateert uit 1437 en spreekt van een ‘bouwing’ met
55,5 morgen land, met Gerrit Schoenswaen als eigenaar. Hij zal het naar verwachting van zijn vader
Hendricx hebben gekregen, en waarschijnlijk ging het op dat moment om een grote boerderij. In 1442
droegen Gerrit en zijn echtgenote Bele het goed aan Jan Dass op. Bij die gelegenheid werd het
omschreven als ‘een huis en hofstede met een steenen kamer’ (bron: Wikipedia)
Een Gelders ambt was een middeleeuwse en vroegmoderne bestuurlijke en juridische eenheid in het
kwartier van de Veluwe of de Betuwe, vaak bestaande uit een verzameling kerkdorpen of
plattelandsgebieden (Bron: AI)
Wat heeft het getal 28,8888888889 te maken met Elst 1300?
Elst 1300 jaar. Wat een tijd, wat een gebeurtenissen in verleden, heden en toekomst.
Wat bij mij opkomt is de band die ik met Elst heb opgebouwd, in de tijd dat ik in Heteren woon. Als rechtgeaard sportief wezen, die erg temperamentvol is, zocht ik een bijpassende sport, voor lijf en leeftijd.
Ooit in een ver verleden begon ik op een tafel op zolder met mijn broer en vader met tafeltennis. We gebruikten een oude tuintafel, maar dat mocht de pret niet drukken. Alsof het mijn broodwinning was, zo sloeg ik dat balletje om de tegenstander te verschalken. Eerst nog liet mijn vader me winnen, maar dat veranderde al snel. Hier werd het zaad geplant voor mijn liefde voor deze sport.
Destijds woonachtig in Renkum heb ik eens een tafeltennisclub bezocht, maar daar ontbrak de klik met de club.
Soms zijn er grillige wegen naar een sportclub. Samen met een vriendin deed ik mee met een bridgedrive in Gendt, we speelden in een zaaltje achteraf. Nadat we klaar waren met de bridge, liepen we richting uitgang; we zagen daar een tafeltennistafel staan, en batjes en bal. We keken elkaar aan en zeiden toen: “zullen we”.
Tsja en daar staan dan 2 zeer fanatieke 65 plus dames, een partijtje te tafeltennissen, om u tegen te zeggen. Zo’n lol hadden we beide jaren niet gehad.
Helaas moesten we nog naar de uitslag van de bridge toe. Het spelletje smaakte echter naar meer. We besloten een tafeltennisclub te zoeken die ons paste. Nu las ik in ons gemeenteblaadje dat Elst een 50 plus club had op de donderdagmiddag. Nou dat leek ons wel wat. Het werd Etac.
De 50 plus club van Etac was een gezellige amateurclub, waar soms enkele geoefende spelers meespeelden. Het niveau was nog niet zo hoog. Gezelligheid was troef. Ik herinner me nog een dame, die elke bal zo’n meter omhoog speelde, lastig waren die ballen ook nog, voor mij ongewenst, zo spelen.
De geschiedenis van Etac
Rond 1980 werd de tafeltennisvereniging Etac 80 opgericht na een fusie van TTV Overbetuwe en een lokale sportvereniging.
De 50 plus leden (zeg maar rustig 65 plus) spelen en speelden op donderdmiddag in de Helster, een oude sportaccommodatie. De senioren speelden en spelen op woensdag- en vrijdagavond in de Kruisakkers. Vooralsnog speel ik donderdag elke week, nu al 8 jaar lang.
En waar het eerst toch wel een knap bezadigd stelletje was, werd het niveau telkens beter, zelfs zo dat tegenwoordig de competitiespelers met genoegen een balletje meeslaan met ons. Sommige spelers geven dan aanwijzingen zodat wij ook beter
partij geven. Een duidelijke win-win situatie. De 50 plus groep groeit in niveau en ledenaantal.
Voor mij is tafeltennis een sport waar ik mijn overactieve lijf in alle bochten kan wringen om de ballen altijd maar weer op de tafel te krijgen, hoe lastiger, hoe leuker.
Aangezien de Helster een gedateerd gebouw is, zijn er al lang plannen om naar een andere locatie te gaan.
De bedoeling is dat er een nieuw multifunctioneel centrum bij het staton wordt gebouwd, wat gepland stond voor 2026, wat utopisch blijkt te zijn.
De grond van de Helster komt dan beschikbaar voor… ja je raad het al, er worden woningen gebouwd. Over een jaar of 2 of 3 of…?
Want bezwaar aantekenen is van alledag, ook bij de aanleg van het multifunctioneel centrum.
Het jaar 2020 was een bijzonder jaar, dat was de tijd dat corona rondwaarde in ons land en ook de gezamenlijke tafeltennis verboden was.
Aangezien Bert en ik beiden door het tafeltennisvirus bezeten waren, hadden wij het idee opgevat om een eigen tafeltennistafel te kopen. Met een beetje interieurherziening paste de tafel precies tussen voor- en achterkamer, zo dat beide spelers genoeg ruimte hadden. Na 20 jaar kan een huwelijk soms wat ingedut zijn, maar mocht dat bij een van jullie het geval zijn, koop zo’n tafel en je zult versteld staan. We hebben nog nooit zoveel plezier gehad samen. En dat tot de dag van vandaag.
De Etac 80 50 plus groep draait erg goed. Behalve onze sport beoefenen zorgen we er ook voor dat er ook buiten de Helster regelmatig gezamenlijke acties zijn, zoals een borrel bij het Wapen of een BBQ bij iemand thuis. Je snapt dat er een erg grote belangstelling is voor deze club, die vast nog tot ver in de toekomst mee
kan draaien. Momenteel is er een ledenstop bij de 50 plusclub, waar 4 tafels in de zaal passen.
Wat nog een plus voor tafeltennis is, is de wetenschap dat het een sport is, waar je evenwichtsorgaan getraind wordt, zodat je valbestendiger wordt. Enkele leden met een beperking kunnen langer meedraaien in de samenleving.
Maar wat heeft dat getal 28.8888888889 nu met Elst of Etac 80 te maken? Nou dat is het 1/45 deel van 1300 jaar Elst J
Ps dit was een rustige dag tegenwoordig zijn er zo’n 16 leden per keer aanwezig Llin 15 febr 26
Eureka?
Gespannen kijkt José naar haar presentatie op het grote scherm in de vergaderzaal. Daar is een korte videopresentatie te zien. Het begint met een vogelvlucht over een drassig rivierenlandschap, waar op enkele hoger gelegen landruggen wat langhuizen te zien zijn. Er zijn wat weilandjes en vee, welk beeld langzaam oplost. Een frontaal zicht op een cohort marcherende Romeinse soldaten verschijnt dan, met op de achtergrond een beeld van een romeins tempel. Als de focus daarnaar verschuift, verandert het in de grote St. Maartenskerk. Onder in beeld verschijnt kort een beeld van St Werenfridus. De kijker wordt daarna meegenomen naar een middeleeuws straatbeeld, met marktkramen om even later langs een rij te verhandelen paarden te scheren. Fruitbloemsem daalt dan over het beeld neer. Even is een jamfabriek te zien, maar dit beeld wordt verdreven door de stoom van een stoomtrein, die vervolgens het beeld domineert. Dan verschijnen er oorlogsbeelden; eerst een vlag met een hakenkruis en dan kapot geschoten huizen, een boomgaard met afgeknakte bomen, een ingestorte kerk. Beelden van de wederopbouw, met huizen en fabrieken in aanbouw verschijnen, waarin centraal een appel opdoemt. Dan, wederom een vogelvlucht. Dit keer met een vlucht over de nieuwbouwwijk de Westeraam en het bedrijventerrein. Het beeld zoomt uit en sluit dan af met het welkomstbord van Elst.
Elst, bedrijvig en gastvrij, staat er.
– ‘Goed werk José’, zegt dan haar manager Kees. Haar collega’s rond de ruwe boomstamtafel hummen instemmend. ‘Het laat in het kort mooi het verleden van Elst zien. We zien de elementen terug die de mensen van de “Werkgroep Elst 1300” hebben aangedragen. Het zal de promo-film voor Elst worden. Een heel goede aanzet voor onze vervolgopdracht.’
Jose haalt opgelucht adem. Haar werk valt gelukkig in de smaak. Ze heeft hiermee goed kunnen laten zien wat ze kan. Hopelijk wordt haar contract nu verlengd. Dat dat over drie maanden afloopt maakt haar wat onrustig. Ze vindt het prettig werken hier en ze heeft erg leuke collega’s. De betaling is goed genoeg, dus wat wil ze nog meer?
Kees gaat verder;
– ‘En zoals jullie waarschijnlijk al weten, is jet logo van onze Luuk al in de prijzen gevallen. Overbetuwe heeft dat van hem uitgekozen. Een mooi en aansprekend logo! Goed gedaan Luuk.’
Luuk glimlacht breed bij alle lof. Hij voelt zich wat dubbel bij dit alles. Eigenlijk schaamt hij zich. Het logo heeft hij niet helemaal zelf bedacht. Hij heeft het grotendeels door AI laten maken. Maar dat weet niemand. En dat wil hij graag zo houden.
Kees gaat verder:
– ‘Jan, vertel jij even wat nu de bedoeling is?’
– ‘Tja,’ zegt Jan wat aarzelend, terwijl hij gaat staan. Hij kucht wat onzeker en kijkt de volle tafel met collega’s rond.
– ‘De gemeente wil tgv de viering 1300 jaar Elst een onderbord toevoegen bij de gemeente grenzen. Niet die van de gemeente Overbetuwe natuurlijk, maar van de kern Elst. Er was wat discussie over wat daar dan precies wel en niet bij zou horen, maar voor onze opdracht doet dat er even niet toe, eigenlijk. Wie daar belangstelling voor heeft kan daarover meer lezen in de onderlegger die jullie hebben ontvangen.’ Ook in Dox is natuurlijk meer te vinden.’
Hij zwaait daarbij met een velletjes dat hij in zijn hand houdt. Hij geloofd heilig in dingen op papier. Dat dat beter is voor de broodnodige inspiratie en creativiteit. Je kunt het ophangen, vouwen, kapot knippen etc. Het werkt voor hem.
– ‘Dus, we moeten een motto bedenken, of een lemma of zinspreuk of een paar woorden die het thema “1300 jaar Elst” belichten. Zelfs een pakkende titel voor de festiviteiten rondom 1300 jaar Elst is welkom. Dit in aanvulling op de promo- film en het logo. Vragen?’
Er ontstaat wat geroezemoes in het zaaltje. Jan steekt beide handen in de lucht, handpalmen naar voren, alsof hij alle vragen op afstand wil houden.
– ‘Ik geef toe het is een heel ruime en wat vage opdracht. Maar dat is juist prettig: we kunnen alle kanten uit hiermee. En jongens, en meisjes ook natuurlijk, we hebben de opbrengsten hiervan, afkomstig van de gemeente Overbetuwe heel hard nodig. En als we het goed doen, volgt er misschien meer. Daarom zijn we hier met het hele team.’
Al pratend komt zijn zelfvertrouwen terug.
– ‘We kunnen dit mensen. Denk bijvoorbeeld aan het motto voor het behoud van de jeneverbesbosjes in Drente: “Op de bres voor de bes!” Dat was een succes. Of “Op pad met de padden” voor de padddentrek.” Die zie ik nog geregeld staan.
Hij wendt zich tot Shanaya.
– ‘Jullie kennen Shanaya allemaal al? We hebben haar voor een stukje begeleiding hierbij gevraagd. Shanaya? Het woord is aan jou.’
Blij dat zijn beurt voorbij is, gaat Jan weer zitten. Hij kijkt even onzeker naar zijn baas, Kees, maar deze kijkt steels op zijn telefoon.
– ‘Wat is nu zo dringend,’ vraagt Kees zich af. ‘Thuisgedoe kan ik nu echt niet gebruiken.’ Hij denkt daarbij aan zijn vrouw, die zwanger is. Een zwangerschap met allerlei complicaties.
Hij ontspant als hij ziet dat het bericht van de IT-Manager is, dat deze wat later is.
– ‘O.K.’ appt hij snel.
Hij mist daarmee de peilende blik van Jan.
– ‘Hopelijk kwam ik nu goed en sterk genoeg over,’ denkt Jan. Hij is de boodschap van zijn laatste voortgangsgesprek niet vergeten. Hij ligt regelmatig wakker van de opmerking dat hij onduidelijk en onzeker overkomt. Dat is lastig voor zijn medewerkers. ‘Zo’n opmerking helpt niet echt hierin,’ bedenkt hij onzeker.
Shanaya is gaan staan, met een pak gele plakbriefjes in de hand.
– ‘Ja Jan. Dank je wel. Ik stel voor met de ‘geeltjes-methode’ aan de slag te gaan. In groepjes van drie gaan we zo’n 15 minuten brainstormen en alle ideeën schrijven we op de geeltjes. Op elk geeltje één. Daarna groeperen we deze op het bord hier. Met mindmapping en wat daar uitkomt, gaan we dan verder. O.K.?
Om vragen voor te zijn telt ze snel de groepjes af; ‘een, twee, drie, een twee, drie. Een twee drie,…’ Ze deelt daarbij de geeltjes uit. Vervolgens verspreiden de medewerkers zich braaf in de vergaderruimte. Het is een wat ouderwetse manier, weet ze.
– ‘Jammer genoeg kan ik zo niet mijn moderne skills met de telefoons laten zien. Dat zou goed werken, denk ik. Maar ja, Jan is van het papier.’
Met een knik naar Shanaya, en een ‘Succes mensen. Laat ons pr-bureau Eureka, trots op jullie worden! Zet hem op,’ verlaat Kees de ruimte.
Shanaya kijkt Kees na.
– ‘Oh, wat zou het fijn zijn als ik hier vast in dienst kon komen. Kees is een prima baas. En die nieuwe regels voor ZZP-ers, maken het voor mij niet gemakkelijker om als zelfstandige te werken. Een vaste stek zou geweldig zijn.’
Terwijl ze langs de groepjes gaat, schrijft ze wat overkoepelende thema’s op, die ze hoort.
Als ze bij een tafel met drie vrouwen, Maggie, Nicole en Jasmin komt, die ze alleen van naam kent, valt het gesprek stil. Shanaya trekt vragend haar wenkbrauwen op: ‘geen inspiratie?’
De drie kijken elkaar even aan.
– ‘Nee’, zegt Nicole dan. ‘Het wil niet zo. We zitten ergens een beetje mee, weet je’.
– ‘Hoe moeten we dat nu zeggen’, vult Jasmin aan.
– ‘Het ligt niet aan jou, Shanaya,’ zegt Maggie dan. ‘We vroegen ons alleen af waarom Kees, of Jan, we weten namelijk niet van wie het komt, jou voor deze opdracht hebben aangetrokken? Want ja, weet je, dit soort dingen, zo’n brainstormsessie leiden, is eigenlijk de taak van Jasmin.’
– ‘Oeps,’ denkt Shanaya. ‘Die had ik niet aan zien komen,’ terwijl drie paar ogen haar aankijken.
Alle gesprekken in de ruimte vallen stil. Ze heeft het gevoel dat alle oren gespitst zijn op haar antwoord. Ze is even stil. Allerlei gedachten razen door haar hoofd. De belangrijkste is dat ze rustig moet blijven en haar evenwicht moet bewaren. Ze denkt aan haar coach die altijd zei: “focus je op het proces, niet op de inhoud.” Ze kijkt de ruimte rond naar de collega’s van het bureau Eureka. Sommige slaan hun ogen neer, anderen kijken haar uitdagend of vol medelijden aan.
– ‘Sorry,’ zegt Shanaya, ‘Het spijt me voor je Jasmin, als jij je gepasseerd voelt. Ik weet niet wat de overwegingen van Kees zijn hierbij. Ik denk dat je voor een antwoord bij hem moet zijn. Ik weet daar verder niets van en kan daar nu ook niets aan veranderen.’
Weer is ze even stil. Ze kijkt even naar Jan, maar hij doet of het hem niet aangaat.
– ‘Ik stel voor dat we dit even parkeren voor later en door gaan met opdracht. Er zal vandaag toch iets op tafel moeten komen. Toch?’
Ze lacht innemend naar het groepje van Maggie, Nicole en Jasmin.
– ‘En jullie zijn spettergoed in het bedenken van mooie slogans. Kees is trots op jullie. Dus,….’
Iedereen gaat weer aan de slag.
Na 15 minuten laat ze een belletje klinken, en komt iedereen terug aan de ronde vergadertafel.
Het bord komt vol met geeltjes, met allerlei kreten en gedachten.
Maar er is nog een hele weg te gaan tot een Eureka.
Ans
Gematcht DNA
Najaar 2025. Bart opende zijn mail niet elke dag, maar nu had hij daar spijt van. Meer dan veertig berichten vroegen om zijn aandacht. Twee-derde daarvan zou je op voorhand reclame en spam hebben mogen noemen, maar dat betekende toch dat er zo’n dertien gelezen moesten worden. De dertiende en laatste mail was van MyHeritage. Ooit had Bart zijn DNA laten bepalen en opslaan in hun database. Iedere maand volgde er als gevolg daarvan ‘een ontdekking per mail’. Maar met een gedeeld DNA van beneden de 1% stelde dat niet zo veel voor. Maar dit keer viel er meer te lezen …
Beste meneer Blickman, Goed nieuws! We hebben nieuwe DNA Matches voor u ontdekt.
Uw meest relevante DNA matches
Cees-Jan Taminiau | Neem contact op met Cees-Jan 60-69 Nederland
Bekijk DNA Match
12,5% gedeeld DNA duidt op de volgende geschatte verwantschap met Cees-Jan Taminiau: neef in de vierde graad.
Niet eerder werd een ‘direct’ familielid van Bart op deze manier gevonden. Hij besloot snel contact op te nemen met ‘zijn neef met de vreemde achternaam’ en zo geschiede …
Na een korte mail over-en-weer waren telefoonnummers uitgewisseld. En nu zou hij dus de stem horen van een ‘neef’. Na drie keer gepingeld te hebben hoorde hij een zware stem aan de andere kant. “Met Cees-Jan.” “Dag Cees-Jan, met je neef.” Dat leek Bart dichter bij dan de ‘verre neef’ die hij zich voelde. Het gesprek dat zich ontspon verliep soepel en geanimeerd. Twee vreemden die hun DNA-kennis gebruikten om zich verwantschap te voelen.
Cees-Jan legde de volgende feiten direct op tafel. Zijn opa, Arend Taminiau, werd in 1906 geboren als 3e kind van ene Jan Taminiau. Hij kreeg in 1933 één zoon, ook weer een Jan en hij was de vader van Cees-Jan. Al pratend met flinke jaartallen in de mond, besloot Cees-Jan eenzijdig dat Arend van hen beide dan de grootvader moet zijn geweest. Bart zei dit allemaal niets. Zijn moeder, Wil, had nooit over haar eigen vader gesproken. Zij was het zwarte schaap in de familie geweest. Zelfs haar familienaam, volgens Cees-Jan dus Taminiau, was hem volledig onbekend. Het was altijd en overal Blickman geweest. Ook voor zijn moeder, die over haar schoonouders sprak alsof het de hare waren.
Hoe meer Cees-Jan vertelde, hoe vaker de naam van de oude Jan Taminiau viel. De stamvader van de familie en in Elst een beroemde man bezwoer hij Bart. Hij moest maar eens op Internet kijken, hij was immers de enige ereburger die Elst kende. En zo eindigde het eerste contact tussen beide mannen die elkaar nooit gekend hadden. Bart hoopte vurig Cees-Jan nog eens te kunnen ontmoeten.
Juni 2026. Bericht in het Gemeentenieuws: In het hart van de Betuwe, waar de rivieren al eeuwen hun weg zoeken door het landschap, ligt ‘ons’ Elst. Deze week vieren we als inwoners een bijzonder moment: het dorp bestaat 1300 jaar. Elst staat in deze week stil bij alles wat het heeft meegemaakt. Het is meer dan een plek op de kaart. Het is een verhaal, ons verhaal. Een verhaal dat al 1300 jaar wordt geschreven. Door iedereen die er woont, werkt, lief heeft en leeft.
Bart loopt voor het eerst van zijn leven door de Dorpsstraat van Elst. Overal staan kraampjes, maar het is anders dan de andere markten die hij kent. Iedereen heeft op een of andere manier het thema Elst-1300 in of op zijn kraam verwerkt. Ofwel door het productaanbod aan te passen ofwel door zelf verkleed als een Romein te proberen terug in de tijd te gaan. Enkele Shantykoren zorgen daarnaast voor een gezellige sfeer. Op het plein tegenover het Gemeentehuis kunnen de kinderen zich vermaken met oude kinderspelen. Al met al een geweldig geheel. Bart doet alsof hij zich thuis voelt …
Hij loopt naar de Batouwe apotheek, de plek waar een eerbetoon aan de enige ereburger van Elst, Jan Taminiau, hangt. Met enige spanning loopt Bart naar binnen. Wat zal hij hier aantreffen? De sfeer van weleer is nog redelijk aanwezig, ziet hij. Aan de muur tussen de twee ingangen in hangt de stamboom van de familie. Jan Taminiau (zijn overgrootvader?) werd op 18 mei 1876 in Zutphen geboren als zoon van de apotheker Johannes Taminiau (1844-1909) en Jacoba Scholten (1843-1917). Op 7 januari 1902 trouwde hij in Zutphen met Emma Forstmann (1867-1939). Met haar kreeg hij vijf kinderen. Eén daarvan was Arend, zijn vermeende grootvader, die in 1906 het levenslicht zag. Na de dood van zijn echtgenote hertrouwde Jan op 20 november 1940 in Elst met Eugenie Kreté (1881-1955). De oude Taminiau zelf overleed op 19 juni 1961 te Nijmegen. Ook de namen van alle kleinkinderen staan hierop. Tenminste, dat lijkt zo. Maar Bart constateert iets geks … Zijn moeder Wil wordt hier wel degelijk genoemd als kind van Arend, maar de vader van Cees-Jan ontbreekt. Wat is daar de reden van? Was hij soms het zwarte schaap en niet zij? Naast deze stamboom hangt een foto waarop ‘de oude Jan’ met zijn personeel verenigd is. Het moet ongeveer in de tijd geweest zijn dat hun opa geboren werd. Maar nergens wordt zijn naam genoemd.
Terwijl Bart in zijn hoofd de meest bijzondere scenario’s schrijft, loopt hij terug naar het begin van de Dorpsstraat. Op het lege terras van Onder de Toren gaat hij zitten. In afwachting van iemand die nooit zal verschijnen. Zonder dat hij hem heeft zien aankomen, stopt er een oude man met een scootmobiel voor hem op de stoep. “Meneer zal hier nooit bediend worden hoor. Dan moet hij aan de overkant zijn, bij de dominee.” De man lacht om zichzelf en wil weer verder rijden, maar Bart houdt hem staande. “Bent u een echte Elstenaar?” “Wis en waarachtig meneer. Al 87 jaar.” Bart rekent snel: dat betekent dat deze man net voor de oorlog geboren is. “Weet u iets van de familie Taminiau?” “Wel zekers meneer. Ik heb zelfs nog even bij de oude heer Taminiau in de fabriek gewerkt. Maar na twee jaar werd de boel in 1958 verkocht aan Heinz. Jammer hoor. Het waren twee geweldige jaren.” Nu lacht hij zelfs z’n gesneuvelde gebit bloot. “Heeft u ook de kinderen van zijn zoon Arend gekend?” Even moet de oude man nadenken. “Ja, dat wil zeggen de tweeling Wil en Jan kende ik goed. Ze waren een jaar of zes ouder dan ik. Maar daar is iets vreselijks gebeurt meneer. Daar praat ik liever niet over.” Na enig mentaal aandringen gaat de man overstag.
“Ze trokken vaak samen op, maar van de ene op de andere dag was dat over. Wil is verkracht door een vriend van Jan toen ze met z’n drieën een dagje uit waren. Jan heeft daarbij een kwalijke rol gespeeld door niet hard genoeg in te grijpen. Wil heeft daarna definitief het contact met Jan verbroken. Ook verweet ze haar vader Jan de hand boven het hoofd te hebben gehouden. Pas later is het contact tussen Jan en vader volledig verbroken. Zonde. Ze waren juist zo’n leuk gezin.”
Bart weet niet wat hij hoort. Daarom heeft zijn moeder het dus nooit over haar familie gehad. Of dat vanuit schaamte of boosheid was, is hem onduidelijk. Toch triest eigenlijk: weet hij eindelijk iets over zijn familie, maar wordt het als een steen in zijn maag aangeboden. Hij besluit zijn abonnement op MyHeritage direct op te zeggen. En Elst? Alles hier kan hem gestolen worden.
Die avond eet Bart maar een vegetarische ereburger als troost! Ter ere van de oude Jan Taminiau?!
Even geen heilige
Iedereen in Elst kent Sint Werenfridus zoals hij hoort te zijn: keurig rechtop, blik op oneindig en vooral nuchter. Als je vaak genoeg langs de Grote Kerk loopt leer je zijn gezicht wel lezen. Maar ja 1300 jaar is lang, te lang om altijd heilig te blijven! s’ Avonds als de Dorpsstraat leeg loop lijkt hij te denken: ik sta hier al dertien eeuwen naar hetzelfde te kijken.
Volgens een legende is hij er ooit klaar mee geweest. Even geen heilige. Geen patroon. Geen moreel baken. Gewoon Weren, op zoek naar leven buiten de kerkmuur. Het begon onschuldig, Werenfridus stapte van zijn vaste plek, rekte zijn benen en dacht: buiten de kerk drinkt men ook wijn, en daar zegt niemand ” amen” bij elke slok. Hij liet zijn aureool achter – onpraktisch ding- en mengde zich onder het volk. Niemand herkende hem zonder heilig licht, hij was ineens verrassend gewoon.
In de herberg brandde nog licht en er werd geschonken en nog eens. Werenfridus ontdekte dat wijn buiten de mis rijker smaakte. Hij lachte harder, praatte sneller en begon dingen te zeggen die hij normaal alleen dacht. Hij raakte met mensen in gesprek die hij al eeuwen kende, zonder dat zij het wisten. Hij hoorde verhalen over lintjes, vrijwilligers die alles draaiend moesten houden. Werenfridus knikte en lachte en begon zich ermee te bemoeien. Hij pleitte voor eenvoud, maar Elst wilde uitbreiden. Binnen de kortste keren ontstonden er groepjes. Mensen die vonden dat het in Elst nu echt anders moest en mensen die vonden dat het eerst besproken moest worden. Werenfridus keek zijn ogen uit. Dit was geen chaos maar Elst op volle sterkte. Eigenwijs, goed bedoeld en vastbesloten om nergens over uit te zijn. Ook werd er gezongen, een oud Elster lied, zo werd beweerd. Misschien is dat ook waarom Elst geen oud lied heeft bewaard. Zingen vraagt om verbinding en overeenstemming. Volgens de legende zou Werenfridus hebben geprobeerd de maat aan te geven. Dat mislukte, het werd hem niet kwalijk genomen, want in Elst zingt iedereen zijn eigen waarheid. Diep in de nacht besefte Werenfridus wat hij had losgemaakt. Niet omdat het uit de hand liep, maar omdat het precies liep zoals Elst het wilde. Zonder leiding, zonder heilige. Vroeg in de ochtend kroop hij terug op zijn vaste plek, met een hoofd vol stemmen en een aureool die niet meer recht zat. Sindsdien zwijgt hij. Hij kijkt toe. Bij elk evenement, elke opening, elk overleg waarvan de eindtijd optimistisch wordt ingeschat. En soms, heel soms als iets weer eens uitloopt of net anders gaat dan gepland, meen ik het te zien: een flauwe glimlach, ondeugend. Alsof hij denkt: ik heb erger meegemaakt, één nacht was wel genoeg. En nog altijd staat Werenfridus daar, iets scheef, iets wijzer. Als stille getuige van feest, en overleg. Een heilige met een verleden, die soms ook gewoon struikelt. Hij zou zeggen: Hef het glas, maar loop morgen wel weer gewoon door. En dat is misschien precies waarom Elst al 1300 jaar lang standhoudt.
Marga februari 2026
Elst verbindt oud en nieuw
Mijn eerste contact was met Jan Rouwhorst, lid van de werkgroep Communicatie van ‘Elst 1300 Jaar’. Hij was bereid tot een telefonisch interview.
Ik heb van hem begrepen dat 50 jaar geleden ook al ‘Elst 1250 jaar’ werd gevierd. Hij wist te vertellen dat er toen in een relatief korte tijd een enorm feestprogramma uit de grond is gestampt door samenwerking van de gemeente, de inwoners en een aantal verenigingen in Elst. Wat daar heel bijzonder aan was, was dat de katholieken en protestanten samen dat feest hebben georganiseerd. Op een natuurlijke wijze kwamen die religieuze stromingen daar toen samen. Er was tot die tijd in Elst sprake van een tweedeling van protestanten en katholieken. Die zat destijds nog heel diep verankerd in de Elster samenleving. Ik vertelde Jan dat ik bekend was met het fenomeen. Als katholiek meisje ben ik zelf opgegroeid in een dorp met meer protestanten dan katholieken – of “roomse papen” zoals we uitgescholden werden. Die tweedeling is er in ons dorp ook tot in de jaren ’70 gebleven.
Maar terug naar Elst. Het feest bleek een groot succes waar ook nog heel lang op geteerd is. Waar mensen trots op waren en waar mensen van verschillende godsdiensten elkaar gevonden hebben. Aldus Jan. Van toen af aan mochten er dus twee geloven op één kussen.
Nu zijn we 50 jaar verder en staan we aan de vooravond van weer een groot festijn, Elst 1300 jaar. Wat was daar de aanleiding voor, vraag ik hem.
Dat feest van toen was eigenlijk voor ons inspiratie om te kijken wat dan het thema dit jaar zou moeten zijn. Daar kwam uit “het inspireren van verschillende generaties van Elst jong en oud, oud en nieuw met als doel de lokale samenhang en trots te vergroten en zo duurzaam verbinding te creëren”. ‘Zo Jan, dat is een hele mondvol’, is mijn eerste reactie. Hij is het daar volmondig mee eens en vertelt op mijn verzoek onverstoorbaar verder.
Dat is eigenlijk de kern waarom we dit festijn organiseren. Op basis daarvan hebben wij 4 thema’s opgeschreven, die staan ook vermeld op de site. Zij vormen de rode draad van het jubileumjaar. Dat zijn “Elst vertelt, Elst verenigt, Elst verrast en Elst viert!” We willen dingen vertellen, we willen de Elstenaren samen brengen en we willen inwoners ook verrassen. Dat is een beetje de kerstboom waar we alles in op willen hangen.
Ik word nieuwsgierig en vraag hem hoe hij dat aangepakt heeft. Hij vertelt dat hij eind vorige zomer samen met een klein groepje Elstenaren een bestuur heeft gevormd. Uit onze koker ontstond het idee ‘Er moest in het jubileumjaar 2026 een feestweek komen van 6 tot en met 13 juni’. De invulling en financiering moest net als 50 jaar eerder, in samenwerking met de gemeente, van de inwoners en het verenigingsleven komen. Ook het bedrijfsleven droeg bij. We zijn aan de slag gegaan en begonnen met de Elstenaren te vragen ‘wat zouden jullie nou willen organiseren, wat zouden jullie leuk vinden als activiteit of evenement in de feestweek, van 6 tot 14 juni 2026’. Daar zijn zo’n 80 reacties op gekomen uit het hele dorp met ideeën voor evenementen.
Er zijn uiteindelijk een twaalftal evenementen en activiteiten uitgekozen. Aan de organisatie daarvan wordt al maanden hard gewerkt. Dat gebeurt achter de schermen door langzamerhand best wel een grote groep enthousiaste vrijwilligers. Lukte het om voldoende vrijwilligers te inspireren en te verbinden? vraag ik. Jan reageert meteen enthousiast.
“Dat is echt wel het geval. Van jong tot oud, rijp en groen. Je hebt altijd de diehards, de enthousiastelingen die je in zo’n dorp hebt. Die kom je ook nu weer tegen. Mensen die al heel veel doen die gaan nog meer doen. Ja, dat is mooi om te zien. Maar we hebben ook wel een hele grote groep nieuwe vrijwilligers. Ik heb geen aantallen, dat vind ik heel moeilijk in te schatten. Maar ik hoor vanuit de werkgroepen dat er naast de bekende gezichten, die zich altijd melden als er iets te doen is, ook wel veel nieuwe mensen, jong én oud, waren die een steentje wilden bijdragen.”
Ik word zo langzamerhand wel nieuwsgierig naar de evenementen. ‘Ik heb op de website gekeken en er is er één, die sterk mijn aandacht trekt’, vertel ik hem. Dat is de dorpsquiz “Expeditie Elst, op jacht naar Werenfridus”. Daar wil ik meer van weten. Jan brengt mij in contact met Melika Marcelis. Zij is volop aan het werk voor dit evenement.
Melika blijkt wel in voor een telefonisch interview over Expeditie Elst. Ze is 29 jaar, woont haar hele leven al in Elst en geeft les op basisschool De Wegwijzer aan groep zeven.
Mijn eerste vraag aan haar ligt voor de hand: Kun je mij kort uitleggen wat Expeditie Elst inhoudt? Die vraag heeft ze al vaak gekregen en vindt ze dus makkelijk te beantwoorden. Ze gaat van start: “Het is een soort dorpsquiz, zoals die al op veel plaatsen in het land wordt georganiseerd. Maar wel op maat gemaakt voor Elst. Er zitten veel vragen en opdrachten over de geschiedenis van Elst in, maar ook wel breder voor de jongere inwoners. Het werkt zo: Je vormt met familie, vrienden, collega’s of buurtgenoten een team van – idealiter – 12-15 mensen. De teams ontvangen op de avond van 6 juni 2026 een Expeditiemap met daarin vragen en opdrachten. Voor de opdrachten moet je met de fiets op expeditie door Elst om dingen uit te zoeken en activiteiten ergens in het dorp uit te voeren. Aan het eind van de avond lever je de door het team ingevulde Expeditiemap in. Alle ingevulde vragen en opdrachten worden door ons gecontroleerd en beoordeeld. Daar komt dan een winnend team uit. De uitslag wordt tijdens de feestavond op 13 juni bekend gemaakt.”
Wow! Daar komt heel wat bij kijken voor jullie werkgroep. Hoe kwam je ertoe om je hiervoor aan te melden.
Milika: Er was al een groepje begonnen en zij hebben mij erbij gevraagd. Ik heb er toen ook nog een wat jongere collega bij getrokken, die op Westeraam woont. Met een groepje van zes personen zijn we tegen het eind van de vorige zomer begonnen met de organisatie. Nu alweer maanden terug hebben we allemaal samen vragen en opdrachten bedacht. Dat was heel erg leuk om te doen. Ik heb ook mijn collega’s en de kinderen uit mijn klas gevraagd om mee te denken over vragen en puzzel opdrachten. Dat vonden ze natuurlijk helemaal geweldig. Wat er van hun inbreng in de Expeditiemap voor de deelnemers terecht is gekomen moet natuurlijk geheim blijven tot zaterdagavond 6 juni (ze lacht..).
Ik ben nu al weken vooral actief met de social media. We hebben een eigen website, “Expeditie Elst, op jacht naar Werenfridus”. Daarop konden teams zich ook aanmelden. Binnen een paar minuten na openstelling hadden we al 44 aanmeldingen.
Dat aantal liep al heel snel op naar 120. Toen hebben we de aanmeldingen stop moeten zetten! Er gaan nu dus zo’n 1500 mensen meedoen. Dat hadden we niet verwacht!
Toevallig was ik van de week bij de Albert Heijn. Daar hoorde ik mensen erover praten. Het leefde echt nog veel meer dan wij vooraf voor ogen hadden. Quizzen en pubquiz dat is best wel hot hier, maar wij hoopten zelf op zo’n 50 tot 80 teams max.
We ronden ons gesprek af en ik wens haar en haar werkgroep heel veel plezier met hun quiz.
Na afloop bedenk ik dat déze activiteit in elk geval alle vier de thema’s in zich bergt:
Elst vertelt, Elst verenigt, Elst verrast en Elst viert!”
Er rest mij voor de Schrijfkring nu alleen nog een toetje. Dat is de activiteit met de naam “De Tijdcapsule”. Een activiteit die, na verbinding van verleden en heden van de expeditie, nu heden en toekomst verbindt. Een mooie afsluiting!
Deze keer gaat de telefoon over bij Harm Beukenholdt, lid van de werkgroep, die zich bezighoudt met het organiseren én begraven van een echte tijdcapsule. Ik vertel hem over onze schrijfkring en onze opdracht om over Elst 1300 jaar te schrijven. Hij draagt graag zijn steentje bij, zegt hij.
Ik vraag Harm om te vertellen wat de bedoeling van deze activiteit is. Hij schetst een beeld van een soort van foto opnamen van het dorp Elst nu, anno 2026, die over 50 jaar bekeken kunnen worden. Mensen kunnen dan zien en vergelijken hoe de wereld in Elst veranderd is in die afgelopen 50 jaar. Dat willen we doen aan de hand van een aantal dragers die in een echte capsule, rond met een doorsnede van ca. 30 cm en een lengte van 70 cm, op een centrale plaats in Elst wordt begraven. We willen ook een schrijfwedstrijd uitschrijven voor jongeren tot ongeveer 12 jaar en voor de nóg jongeren een tekenwedstrijd.
Waarom die 12 jaar? vraag ik.
Harm: Omdat we hopen dat over 50 jaar die jongeren dan nog leven. De winnaars van die wedstrijden mogen de capsule namelijk niet alleen nu mee begraven, maar over 50 jaar ook weer openen.
Wat we ook in de capsule willen stoppen is een brief van de huidige burgemeester aan haar toekomstige ambtgenoot. En we willen verenigingen vragen om er een stukje tekst van zichzelf in te doen. Dat kan zijn in de vorm van een document, maar ook iets anders dat speciaal aan hun vereniging herinnert. Natuurlijk zijn veel zaken die nu spelen over 50 jaar achterhaald. Maar dat zijn allemaal dingen die we nog uit moeten zoeken en daar is een projectgroep nu keihard mee aan de slag.
Die capsule wordt op 13 juni aanstaande geplaatst. Waar we dat doen wordt in de social media bekend gemaakt.
Het is even stil. Dan verrast hij me volledig met de volgende woorden… ‘misschien is het een leuk idee om een verhaal van Elst 1300 Jaar vanuit de schrijfkring in de capsule te doen en mee te begraven.’ Ik vind het een mooie gedachte en reageer enthousiast.